BOBO; minimaal 20 tot 40 punten

Achtergrond

In de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) zijn specifiek voor bovengrondse atmosferische stalen tanks met vlakke bodem richtlijnen opgenomen die gericht zijn op het handhaven van de ‘0’ emissie-eis naar de ondergrond viatankbodem. Deze specifieke “Richtlijn Bodembescherming atmosferische bovengrondseopslagtanks”(Bobo) is gericht op bestaande en nieuw te bouwen opslagtanks en beperkt zich hierbij tot bodembeschermende maatregelen en voorzieningen, gericht op de tankbodem.

In de ‘Bobo’ zijn specifieke functionele eisen geformuleerd ten aanzien van de te nemen bodembeschermende maatregelen en voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘Effectgerichte’ en ‘Brongerichte’ maatregelen en voorzieningen. Brongericht wil in dit kader niets anders zeggen dan ‘het voorkomen van het ontstaan van bodemlekkage’.

In feite komt dit voor stalen tankbodems neer op het voorkomen van corrosie. Een brongerichte aanpak heeft vanuit veiligheid- en milieu oogpunt verreweg de
voorkeur boven een effectgerichte aanpak, hoewel een combinatie van beide het kleinst mogelijke bodemrisico oplevert.

Eén van de brongerichte voorzieningen die binnen de Richtlijn Bobo veel waardering geniet, zijn de zogenaamde ‘Vochtintreding Beschermende Voorzieningen’(VBV’s). VBV´s dienen hoofdzakelijk om de intreding van vocht (hemelwater,condens, grondwater) onder de tankbodem tegen te gaan.

De Slide Skirt systemen hebben nog een extra voordeel dat zij aangebracht kunnen worden in bestaande gevallen waarbij al sprake is van randzetting in de
terpschouder, zodat toekenning van een negatieve Bobo ‘onderhoudsscore’ vermeden wordt, mits er geen sprake is van scheefstand of te hoge grondwaterstand.

Ga naar: Eindrapport Bodembescherming atmosferische bovengrondse opslagtanks (BOBO)

banner_RBI